De route
ga naar route

Reis naar Zweden

Duitsland heenreis

27/4 Erg koud en regen.  Nederland zou worden verlaten en Duitsland binnengevaren,  dit zou niet zonder slag of stoot gaan.  De Waddenzee gaat via de Dollard over in de Eems.
Dit is een grote trechter, waar door eb en vloed een sterke stroom ontstaat.  Vlak voor de ingang van de Eems kwam er een tros in de schroef.  De vloed was aan het opkomen en de Orm dreef de ondiepe Dollard in.  Haast was geboden,  het zeil laten zakken om tegen de wind en stroom weg kunnen varen van de Dollard,  of het schip gewoon laten meedrijven en ondertussen proberen de tros eruit te halen ?  Henri besloot voor dit laatste, al was het niet zonder risico.  Wel maakte hij het roer los waardoor de diepgang van de Orm werd gereduceerd  tot 40 cm.  Het duurde 30 minuten om de schroef weer vrij te krijgen en  de Orm dreef steeds verder de ondiepte op.  Maar gelukkig net op tijd werd de klus geklaard op 50 cm diepte.
Tussen de middag werd Leer binnengelopen maar door het slechte weer had  Henri geen zin om de stad te bekijken.  Bij de jachthaven was een verwarmde toiletruimte waar de slaapzak gedroogd kon worden.
28/4 Deze dag zou naar Oldenburg worden gevaren.  Dit kon via twee waterwegen : de Eems volgen tot Dorpen en dan het  Küste Kanaal met drie grote sluizen voor de beroepsvaart,  of de getijde rivier de Leda en het kleine Elisabeth Fehn Kanaal.  Omdat dit laatste al eens bevaren was werd voor de eerste optie gekozen.  Het bleek een slechte keuze te zijn.  Het was erg druk met de beroepsvaart.  Vaak was er wel een gaatje vrij in de sluis voor een klein Vikingschip,  maar de schippers waren gewend om in de sluis vast te maken op 1 spring  en de schroef langzaam te laten draaien.  Henri moest elke keer aan de sluismeester vragen om de schroef stil te laten leggen  omdat hij niet in de sluis kon manoevreren zonder brokken te maken.  De drie sluizen hadden een oponthoud gegeven van 4 uur.  Henri wou de sluis in Oldenburg nog door om in de jachthaven te overnachten.  De sluis sloot om 21.00, het zou misschien net gaan om deze te halen.  Henri vroeg over de radio of de sluismeester op hem wilde wachten,  maar toen de Orm om 21.07 bij de sluis aan kwam ging deze niet meer open.
Bremerhaven 29/4 Om 01.00 wil er een groot motorschip langszij de Orm komen afmeren.  De man vond het vreemd dat Henri dit weigerde omdat hij bang was dat de Orm  midden in de nacht, in het donker, gekraakt zou worden.  De eerste sluisbediening was om 05.00 maar de Orm moest tot 07.00 wachten  omdat de beroepsvaart voor gaat.
De reis zou deze dag naar Bremerhaven gaan via de Hunte en Wezer,  beide getijde rivieren.  Beide rivieren bevaren met stroom mee kan niet,  dus besloot Henri om de smalle bochtige Hunte met stroom mee te pakken en  de brede Wezer met stroom tegen.  Het eerste stuk moest de mast plat om in Elsfelth weer opgezet te worden.  Het was erg moeilijk om in de draaiende stroom hiervoor vast te maken aan een  ijzeren paal aan de kant van de vaargeul.  Tot twee keer aan toe kwam de Waterpolitie vragen of Henri hulp kon gebruiken.  Op de Wezer kon tegen de stroom in gezeild worden en  aan het eind van de middag werd Bremerhaven binnengelopen.  Er moest nog een half uur op de sluis worden gewacht om te kunnen vastmaken  aan de laatste plek in de jachthaven.  30/4 Een rustdag omdat de sluizen niet draaiden.  Tijd voor de vele huishoudelijke klussen en voorbereidingen treffen voor het  verdere verloop van de reis.
1/5 Deze dag stond de verbindingsvaarweg tussen Wezer en Elbe op het programma,  met als einddoel de sluis in Otterndorf.  In 1985 was deze sluis wegens onderhoudswerkzaamheden buiten gebruik   ( zie reis naar Oslo )  maar deze keer kon de sluis gebruikt worden al moest er wel rekening gehouden  worden met de waterstand van de Elbe.  Dat men de Orm in de afgelopen 10 jaar nog niet vergeten was bleek uit het bezoek  van de burgemeester Herman Gerken en de plaatselijke krant.
2/5 De Elbe tot Brunsbüttel en dan het Noord-Oostzee Kanaal op.  Meestal moeten kleine schepen wachten op de Elbe om de sluis in te kunnen.  Henri moest dus heel nauwkeurig uitrekenen hoe laat hij uit Otterndorf moest  vertrekken om met doodtij voor de sluis in Brunsbüttel te zijn.  In dit geval was dat om 10.00 en moest om 07.00 worden vertrokken met een stroom  van 5 mijl tegen.  Het zicht was goed, weinig grote vrachtschepen en alles liep volgens plan,  de Orm hoefde maar een half uur te wachten voor de sluis.  Aan het eind van de middag kwam de Orm in Rendsburg aan,  waar overnacht moest worden omdat kleine schepen hier niet in het donker mogen varen.  Er was een nieuwe havenmeester die erg behulpzaam was. 
Otterndorf
Noord- Oostzee kanaal 3/5 Het laatste stuk van het Noord-Oostzee Kanaal tot de sluis in Holtenau.  Dit is een dubbele sluis.  Een was er drooggezet voor onderhoudswerkzaamheden.  Een enorm gat als men er in kijkt.  Toch een staaltje van goed vakmanschap om dit te maken.  Keizer Wilhelm heeft deze vaarweg aan laten leggen als verbindingsweg  voor zijn vloot tussen Oostzee en Noordzee.  Op de Kielerfjord kon weer lekker gezeild worden naar Laboe.  Hier moest Henri het schip klaarmaken voor de oversteek naar Denemarken.  Helaas kwam er van de verdiende nachtrust weinig terecht omdat vlakbij een charterschip  uit Groningen ligplaats had gekozen met zeer luidruchtige passagiers aan boord.  Waarom moeten mensen, als ze een dagje uit zijn, zich toch altijd zo laten gaan ?

31-12-2018  ]